|
21 juliboodschap: Coburg weet niet meer van welk hout pijlen maken
20.07.2008 • In zijn kerstboodschap van vorig jaar stelde Albert II nog dat België
“onbetwistbaar een harde periode” had gekend, maar dat de crisis definitief tot
het verleden behoorde. Intussen, meer dan een jaar na de federale verkiezingen,
is dit land in totale chaos verzeild geraakt en kan zelfs Coburg vanuit zijn
ivoren toren niet langer ontkennen dat België “in ernstige politieke
moeilijkheden” zit.
Dat Albert nu teruggrijpt naar een half-emotionele toespraak met nostalgische
verwijzingen naar Boudewijn, toont aan dat de Belgische koning niet langer weet
van welk hout nog pijlen te maken. Als vanouds wordt uit hetzelfde Belgische
vaatje getapt: alle Belgen moeten de “solidariteit” koesteren, politici moeten
nu maar eens werk maken van “de échte problemen” en het “multiculturele
karakter” van dit land zou een troef zijn. De bewering van het Belgische
establishment dat dit land zou aantonen dat twee volkeren op een ‘harmonieuze’
manier kunnen samenleven, wordt door de feiten tegengesproken en klinkt anno
2008 zelfs lichtjes belachelijk.
Met de uitspraak dat hij zich “niet verder wil verdiepen in de institutionele
moeilijkheden” doet Coburg, gelet op de paleismanoeuvres van de jongste dagen en
de volgehouden pogingen van het Hof om de Vlaamse eisen een begrafenis eerste
klas te geven, de waarheid op zijn zachtst gezegd geweld aan.
De 21 juliboodschap kon op geen enkel moment verhullen dat de Belgische staat
op sterven ligt. De scheiding der geesten is compleet en definitief.
Bruno Valkeniers Voorzitter
Joris Van Hauthem Woordvoerder
|